vrijdag 25 september 2009
Onbekend verleden
Wat mijn vader deed in de oorlog, daar praatte hij weinig over. Hij was ondergedoken bij een familielid in het midden van ZuidHolland. In Leimuiden. Hier woonde hij op een eiland in het Brasemmermeer. Verbouwde er vermoedelijk groenten en voorzag het hele dorp van wortelen en uien. Ik kende hem langzamerhand. Oorlog of niet, hongersnood werd er waarschijnlijk niet geleden als hij in de buurt was. Deze mensen waardeerde hij zijn hele verdere leven. Hij vertelde over zijn broer Paul, die door de Duitsers gegrepen was, ontsnapte in de buurt van Zevenaar en vervolgens het hele eind naar Haarlem weer naar huis liep. Mijn vader was tijdens een razia van de Duitsers in Haarlem bij een vrouw naar binnen gegaan en had vanuit een van de kamers de soldaten zien lopen, waarop hij prompt de internationale begon te zingen, vertelde hij mij eens, bijna verontschuldigend. Over dat verhaal moet ik nog steeds nadenken. Maar ook niets leuks over de tijd voor de oorlog, zoals over zijn zusters, zijn knappe zusters. Hij mopperde altijd op ze, ten onrechte vond ik. Zij waren allerliefst en niet alleen knap. Ze hielden van kinderen en lachten altijd gelukkig als ze de schare kinderen van mijn vader binnen zagen komen. Ze waren blij voor hem. Hij ook voor hen? Hij mopperde altijd op zijn moeder. Maar hoe kon dat kloppen met de liefdevolle foto's van deze vrouw? En matrone midden in haar grote gezin van kinderen met zwart haar. Prachtige foto's waren dat: moeder pontificaal in het midden tussen een vierkante opstelling van alle zonen inmiddels voorzien van zwarte snorren en dochters met lang haar. Schitterend wat een omlijsting. Het heeft meer iets van een zeer verliefde grootvader, die zijn vrouw graag in het middelpunt zag. Hun huwelijk was slecht, vond mijn vader. Hij woonde in een klein huisje,vertelde hij in Haarlem. Maar toen ik de huizen eens ging bekijken, vond ik kasten van huizen. Waarvan ik nog niet een stukje zou kunnen betalen. In de buurt van de grote kerk. Grootvader Hoogendorp had een goede smaak. Hij hield van huizen en van een mooie oude stad. Zijn vrouw had gezorgd dat haar kinderen boeken konden lezen en ze lazen samen deze boeken. Ze speelden op het orgeltje, dat traditiegetrouw in huis stond. In mijn ogen was alles anders, dan mijn vader het vertelde. Mijn grootmoeder was een vriendelijke vrouw, die haar eigen kerk uitkoos met de mogelijkheid zo individueel te geloven als ze wilde, waarna ze op een Haarlems hofje ging wonen. Volgens mijn vader werd ze lid van deze kerk om in een hofje te kunnen wonen. Dat was dan een goede reden, vond ik. Ik kon weinig waardering opbrengen voor zijn eeuwige gekanker op zijn familie. En waarom hij nooit meer met zijn oudste zuster omging, snapte ik ook niet. Het was nog vreemder dat degene die het meest op zijn familieleden leek, het meest geliefd was bij hem. Uiteindelijk gooide hij alle foto's weg, alle herinneringen die nog in mijn hoofd bestaan. Wilde hij niet herinnerd worden aan een gelukkiger tijd? Want daar leek het wel erg veel op.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten